Havennieuws Juni 2017

16-06-2017

Havennieuws

Actuele ontwikkelingen en schepen in de Rotterdamse Haven

Een up to date aanvulling op de standaard rondvaarttekst.


Zomer editie: Thema Noordzee
Op een zomerse dag in Hoek van Holland of aan boord van de dagtocht naar de 2e Maasvlakte bij Spido kunt u van dichtbij genieten van het weidse panorama over de Noordzee. In deze aflevering van het Havennieuws een aantal nautische wetenswaardigheden over en rond het thema Noordzee. Hoewel het lijkt of daar een zee aan ruimte is, gebeurt daar veel….


Nieuwe scheepvaartroutes op de Noordzee per 1 juni 2017
De Noordzee is een van de drukst bevaren zeeën ter wereld. Met een totale oppervlakte van 575.000km2 en een gemiddelde diepgang van 46 meter varen er jaarlijks ruim 260.000 schepen door het Nederlandse deel. Daarvan doen er 50.000 een Nederlandse haven aan.

De belangrijkste toegangsgeulen op de Noordzee in Nederland zijn de Euro-Maasgeul, naar de haven van Rotterdam, en de IJ geul, naar de havens van IJmuiden en Amsterdam. Rijkswaterstaat houdt de toegangsgeulen op diepte. Elk jaar wordt daarvoor 20,7 miljoen m3 zand uit de vaargeulen opgebaggerd. Dat is 13,5 keer de inhoud van stadion De Kuip.

Voor bepaalde vaargebieden langs de Belgische en Nederlandse Noordzeekust waren nog geen vaste routes. Om de doorstroom van scheepvaart in deze gebieden te verbeteren, passen Nederland en België de scheepvaartroutes samen aan. De nieuwe routes vullen gebieden zonder routering op, waardoor een onafgebroken routeringsstelsel van Frankrijk tot aan Duitsland ontstaat. De nieuwe routes helpen schepen bij de navigatie, wat de veiligheid op zee verhoogt en de kans op milieuverontreiniging verkleint. Bovendien verbetert de doorstroming, omdat activiteiten die de scheepvaart verhinderen verboden zijn op de nieuwe routes.

Het steeds toenemende scheepvaartverkeer en de bouw van verschillende windparken op zee maken deze aanpassing noodzakelijk. Het nieuwe verkeerssysteem voorziet in een scheiding van inkomend en uitgaand verkeer in drukke gebieden, de aanpassing van ankergebieden en optimalisatie van het verkeer rond beloodsingsgebieden.

In het Nederlandse deel van de Noordzee ligt 2.500 km pijpleiding en 4.000 km kabel. Rijkswaterstaat inspecteert de pijpen en kabels met een speciale onderwaterrobot.

Deze robot onderzoekt ook de water- en bodemkwaliteit en spoort verloren lading en scheepswrakken op. Daarvan liggen er ruim 3000 op de zeebodem.

Afbeelding: een voorbeeld van de verkeerstromen bij Zeebrugge

 

De Euro- en Maasgeul
Voor schepen met een diepgang tot 22,55 meter begint bijna halverwege de Noordzee de Eurogeul die het mogelijk maakt dat schepen met grote diepgang de havens van de Maasvlakte, Europoort en Rotterdam kunnen bereiken. Diepgaande schepen zijn doorgaans beladen met ruwe aardolie, ijzererts of kolen. In één keer kunnen zulke schepen een gewicht van 300.000 tot 350.000 ton lading vervoeren.

De lengte van de Eurogeul is 25 zeemijl (ca. 46,5 km) en heeft een breedte van 600 meter. De nautisch gegarandeerde diepte t.o.v. van het middenstandsvlak, dat is het gemiddeld zeeniveau dat ligt tussen Hoogwater en Laagwater, van de Eurogeul neemt vanaf het 57 km-punt aan het begin stapsgewijs af van 25,40 tot 24,80 meter bij de Maasgeul.

Aan weerszijden van de Eurogeul liggen 300 meter brede schuin oplopende bermen met een diepte van 22,80 meter tot 22,90 meter ten opzichte van het middenstandsvlak.

Het komt voor dat schepen elkaar in de 600 meter brede Eurogeul ontmoeten. Wanneer ontmoetingsmanoeuvres onvermijdelijk zijn (bijvoorbeeld bij blokkade van de geul) kan gebruik worden gemaakt van deze bermen door schepen met een diepgang t/m 21,35 meter. Schepen welke een diepgang 21,35 meter overschrijden moeten in de 600 meter brede geul blijven en deze kunnen gebruik maken van twee speciaal aangelegde keerplaatsen met een diameter van 2.700 meter. De keerplaatsen worden door hun vorm ook wel de kettingkasten genoemd. De keerplaatsen kunnen ook als noodankergebied worden gebruikt en hebben een gegarandeerde diepte van 25,60 meter t.o.v. het middenstandsvlak. Om de Eurogeul, anker- en keerplaatsen op diepte te houden worden deze permanent gecontroleerd en zo nodig weer op diepte gebaggerd.

Diepstekende schepen welke voor een langere periode moeten wachten, hun tij poort niet halen of wanneer er een blokkade voor het havengebied van Rotterdam is kunnen gebruik maken van enkele vlak buiten de Eurogeul gelegen ankergebieden.

De Eurogeul gaat voor de kust van Hoek van Holland over in de Maasgeul en is ca. 5,8 zeemijl (10,8 km) lang. De breedte neemt af van 600 meter bij de markeringsboei gemerkt MG tot 500 meter bij de havenlichten van Hoek van Holland en het Calandkanaal. De nautisch gegarandeerde diepte van deze Maasgeul is 24,30 meter. De bodem van de Maasgeul is vrijwel vlak.

Noordelijk van de Maasgeul is ook een berm met een diepte van 20,00 meter. Deze is 245 meter breed. De bedoeling is dat uitgaande semi-geulschepen, met een diepgang van 15,50 meter of minder, daar kunnen varen om binnenkomende semi-geulschepen te laten passeren.

 

Gevolgen van het getij in de Eurogeul
Zowel het verticale als het horizontale getij spelen een belangrijke rol voor de schepen die aan de Euro- en Maasgeul gebonden zijn. Schepen met een diepgang van 20,00 meter of meer noemt met tij gebonden schepen en krijgen hiervoor een tij poort-advies van Rijkswaterstaat. Dit is een technisch-rekenkundige benadering waarbij expliciet rekening wordt gehouden met risico’s en onzekerheden. De omstandigheden van golf- en waterstanden moeten voldoende betrouwbaar voorspeld worden. Hiervoor zijn een aantal meetpunten geplaatst, zoals: Europlatform: Golf- en waterstandverwachtingen voor de Eurogeul. Meetpunt Maasmond: Stroomsnelheid, waterstand en golfhoogte voor de Maasgeul.

De tij poorten worden aan de hand van de karakteristieken van het betreffende schip uitgerekend door Rijkswaterstaat. Naar aanleiding van deze gegevens wordt voor de loodsen een vaarplan opgesteld met passage 57 km-punt, MG (Maas Geul)-boei en het Lage Licht voor Hoek van Holland. Voor geul gebonden schepen geldt voor het binnen gebied een netto ruimte onder de kiel van het schip van 1 meter.

 

Vaarwegmarkering van de Eurogeul en Maasgeul
Halverwege de Noordzee ligt een grote rood-wit verticaal gestreepte ronde lichtboei, de EURO-E-boei. Deze boei markeert de aanloop van de Eurogeul. Formeel begint deze geul op het 57 km-punt.

Vanaf het wateroppervlak is niet zichtbaar waar die diep gegraven Eurogeul zich bevindt. Daarom is deze geul op bepaalde afstanden van elkaar gemarkeerd met lichtboeien. Vanuit zee gezien liggen er in de richting van de Nederlandse kust zeven grote gele lichtboeien met oneven nummering vanaf E 1 t/m E 13. Deze gele lichtboeien liggen op een onderlinge afstand van ca. 3 zeemijl (ca. 5,5 km.) uit elkaar. Passerende schepen houden deze gele boeien aan hun stuurboord- of rechterzijde als zij de kust van Nederland tegemoet varen. Na de gele boeien ligt er de rood-wit verticaal gestreepte ronde lichtboei met het merkteken MC wat staat voor Maas Center. Deze boei markeert de aanloop van Hoek van Holland, Europoort en de Maasvlaktes.

 

Beheer van de Euro- en Maasgeul
Rijkswaterstaat en het Havenbedrijf van Rotterdam zijn verantwoordelijk voor het technisch en het nautisch beheer van de Eurogeul, Maasgeul en het binnen gebied. Beide diensten zorgen er voor dat de dat de nautisch gegarandeerde diepten niet onderschreden worden. Voor wat betreft de diepgang worden drie verschillende categorieën schepen onderscheiden:

  • Normale schepen. Diepgang minder dan 14,30 meter. Niet geul gebonden.
  • Semi-geulschepen. Diepgang vanaf 14,30 t/m 17,40 meter. Alleen Maasgeul-gebonden.
  • Geulschepen. Diepgang vanaf 17,40 meter. Eurogeul- en Maasgeul-gebonden.

Beloodsing van geulschepen vindt plaats op het Rendez-Vous-punt ongeveer halverwege de Noordzee voor de Nederlandse kust. Doorgaans worden loodsen met een helikopter aan boord van de schepen gebracht. Indien helikopterbeloodsing door meteorologische of andere omstandigheden niet mogelijk is wordt de beloodsing door een loods tender uitgevoerd. Soms wordt ook gebruik gemaakt van een SWATH-vaartuig, die vaart dan vanuit Vlissingen naar het RV-punt.

SWATH ("Small Waterplane Area Twin Hull") is een rompontwerp dat net zoals de catamaran twee rompen heeft. Het verschil is dat een SWATH de oppervlakte van de waterlijn zo klein mogelijk is. Door het volume van het schip dicht bij het wateroppervlak te beperken ondervindt het schip weinig invloed van golven, zelfs in hoge zee en bij hoge snelheden.

 

Energie: wind, olie en gas
Hoewel het lijkt dat er letterlijk een zee aan ruimte is op de Noordzee, gebeurt daar al veel: zo is er scheepvaart, visserij, olie- en gaswinning, er zijn oefengebieden van Defensie, natuurgebieden en plekken voor zandwinning. Ook is de zee op sommige plaatsen ongeschikt voor windmolens, omdat ze te diep is. Of omdat de afstand tot de kust te groot is waardoor er dure, langere kabels nodig zijn. Waar uiteindelijk windmolens komen, luistert dus heel nauw. Er wordt dan gekeken naar betaalbaarheid, de energieopbrengst en andere aspecten zoals effecten op natuur, olie- en gaswinning, visserij, scheepvaart en toerisme.

Voor de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust worden nieuwe windmolenparken gerealiseerd: Borssele en Hollandse Kust met een oppervlakte van resp. 344 en 1.225 km2. De gebieden liggen grotendeels op minimaal 22 kilometer (12 nautische mijl) afstand van de kust. De eerste twee windarken die op de Noordzee werden gebouwd, zijn het offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ) op 6 nautische mijl (NM, ongeveer 11 km) voor de kust van Egmond aan Zee en het Prinses Amalia Windpark op 12 NM (ongeveer 23 km) voor de kust van IJmuiden. In 2017 zijn de parken Buitengaats en Zee-Energie op 60 km ten noorden van de Waddeneilanden (de zogenoemde Gemini-parken) geopend met een gezamenlijk vermogen van 600 MW.

Ecologie is een belangrijk onderwerp voor de belangenafweging bij het realiseren van windparken op zee. Daarom is een toetsingskader gemaakt dat wordt toegepast bij het nemen van ruimtelijke besluiten over de ontwikkeling van windenergie op zee. Daarin is gekeken naar de effecten van realisatie van de voorgenomen ontwikkeling van windparken op zee op bruinvissen, vogels en vleermuizen. Dit zijn de soorten en soortengroepen waarvoor de grootste effecten worden verwacht.


Olie- en gaswinning
De Noordzeebodem bevat grote reserves aan olie en gas. Winning daarvan draagt fors bij aan de Nederlandse economie. Olie- en gaswinning zijn in het Nationaal Waterplan dan ook benoemd als activiteiten van groot nationaal belang. Van de ongeveer 160 productielocaties in het Nederland deel van de Noordzee liggen enkele platforms in de territoriale wateren. Het merendeel ligt in het centrale stuk van het Nederlands Continentaal Plat.

Het ruimtegebruik van olie- en gaswinning vraagt aanhoudend aandacht. In een zone van 500 meter rond de platforms is geen scheepvaart of ander gebruik toegestaan. Dit geeft lokaal beperkingen voor de visserij, de scheepvaart en de recreatie(vaart). Ook het slepen van visnetten over de bodem en in de waterkolom binnen deze veiligheidszone is niet toegestaan.

Uitgeputte gasvelden kunnen dienen voor de opslag van CO2. Het Nationaal Waterplan (NWP) geeft locaties aan voor de uitvoering van twee pilots met deze techniek. Daarnaast is in het NWP de gehele Exclusieve Economische Zone aangewezen als zoekgebied voor CO2­-opslaglocaties. Het afvangen en opslaan van CO2 is een belangrijke pijler onder het Nederlands klimaatbeleid.

Alleen al op het Nederlands Continentaal Plat ligt ongeveer 4500 kilometer pijpleiding en 6000 kilometer kabel. Van de kabels is ruim de helft niet meer in gebruik.

Door de bouw van nieuwe windenergieparken op zee zullen er nog hoogspanningskabels voor elektriciteitstransport bijkomen. Ook zijn waarschijnlijk nog nieuwe telecomkabels te verwachten.

Kabels en leidingen moeten op een dusdanige wijze worden aangebracht dat zij geen gevaar of belemmering opleveren voor de scheepvaart en visserij. Dit betekent dan ook dat ze voldoende diep moeten worden ingegraven zodat er in principe veilig gevist en gevaren kan worden. Waar kabels en leidingen liggen, is geen zandwinning mogelijk en kunnen schepen niet ankeren. Alle kabels en leidingen bij elkaar geven daardoor een behoorlijke beperking van de beschikbare ruimte voor windenergie, zandwinning en ankerplaatsen.

  

Zand en grind winning
Op de Noordzee mogen – zeewaarts van de doorgaande Normaal Amsterdams Peil (NAP) -20 meter dieptelijn – met een vergunning zand en grind worden gewonnen. Winning van grind komt nauwelijks voor, van zand des te meer. Zandwinning is zelfs een activiteit van nationaal belang.

Het zeezand wordt gebruikt om de kust te onderhouden (nu ongeveer 12 miljoen m3 per jaar) en als ophoogzand op het land (nu ongeveer 13 miljoen m3 per jaar). Door zand op het strand en de zeebodem aan te brengen wordt voorkomen dat de Nederlandse kustlijn landwaarts verschuift. Bij voorkeur wordt zand onder water aangebracht in plaats van op het strand. Dit veroorzaakt minder hinder voor de recreanten en is meestal goedkoper.

Grote hoeveelheden zand worden gebruikt voor specifieke projecten. Een grote hoeveelheid is gewonnen voor de aanleg van Maasvlakte 2 (ca. 213 miljoen m³ in 2009-2013).

Voor zandwinning is een gebied gereserveerd tussen de 12-mijlsgrens en de doorgaande NAP -20 m dieptelijn. In dit gebied, met een oppervlakte van 5.134 km2, heeft zandwinning prioriteit,

 

Visserij
Met een oppervlakte van 57.000 km² is het Nederlandse deel van de Noordzee het grootste ecosysteem van ons land. In de Noordzee zwemmen ongeveer 220 verschillende soorten vis, van kabeljauw tot tarbot en van haring tot haringhaai. Maar er is meer leven. Blaas- en purperwier, dodemansduim en andere koralen, garnalen, zeepokken, oesters, mosselen, dolfijnen en zeehonden.

De Nederlandse zeevisserijvloot (circa 600 schepen) is onder te verdelen in kust- en Noordzee visserij, grote zeevisserij (vriestrawlers), schelpdiervisserij en staandwantvisserij. Economisch belangrijke doelsoorten in de Noordzee zijn: tong, schol, langoustines, garnalen, mosselen en oesters.

De Nederlandse territoriale zee is tot op zekere hoogte ook toegankelijk voor vissers uit aangrenzende landen. De zone tot 3 mijl uit de kust is exclusief voor Nederlandse vissers.

Visserij is niet toegestaan in windturbineparken, binnen een zone van 500 meter rond mijnbouwplatforms, in scheepvaartroutes, aanloopgebieden en clearways, boven gronden waar veel munitie ligt en in bepaalde delen van Natura 2000-gebieden.

 

De Noordzee als tijdcapsule
De Noordzee herbergt waardevol archeologisch erfgoed. Door de eeuwen heen zijn hier talloze schepen gezonken. De wrakresten liggen nu als ware tijdscapsules over de Noordzeebodem verspreid. In een veel verder verleden, tienduizend jaar geleden, was de Noordzee nog geen zee en leefden onze verre voorouders in dit gebied als jagers verzamelaars. De materiële overblijfselen van menselijke activiteit in de Noordzee vormen een belangrijke bron van kennis over ons verleden. Zolang deze resten in de bodem liggen kunnen ze duizenden jaren of nog langer bewaard blijven.

Door toenemende ruimtelijke ontwikkelingen op zee neemt echter ook de kans toe dat waardevolle archeologie ongezien verloren gaat. Daarnaast neemt ook het bewust plunderen van wrakken vanwege hun kostbare lading, of bij recentere wrakken vanwege hun metaalwaarde, steeds grotere vormen aan.

Op onze dagtocht naar de 2e Maasvlakte kunt u bij uw bezoek aan FutureLand een aantal fossiele opgravingen bewonderen. Een bezoek aan het Natuur Historisch Museum met een uitgebreide collectie bodemvondsten uit de 2e Maasvlakte kunnen wij u van harte aanbevelen.


En volg ons op:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief